Komen, blijven en verdwijnen

carola-van-der-peetCarola van der Peet – Schwering

Het castreren van varkens is een onderwerp dat in de afgelopen decennia met enige regelmaat in discussies over en in  de varkenshouderij opdook. In de afgelopen 28 jaar die ik als onderzoeker in de varkenshouderij werk, heb ik het onderwerp verschillende keren zien komen en gaan. Maar de laatste keer dat het onderwerp opdook, verdween het niet meer. Het is gebleven. Na de Verklaring van Noordwijk vroeg ik me af of het dit keer nou echt zou gaan gebeuren. Zouden we echt stoppen met het castreren van varkens? Dat zou bijzonder zijn. En bijzonder is het, want het gaat nu door. Het proces is niet meer tegen te houden.

Het stoppen met het castreren van varkens heeft voor- en nadelen. De voordelen zijn in de meerderheid. Het verbeteren van het dierenwelzijn en minder werk van de zeugenhouder zijn de twee die het meest in het oog springen. Maar er zijn meer voordelen. Door het efficiënter benutten van het voer, is de milieubelasting bij beren bijvoorbeeld lager.

Aan de andere kant brengt het houden van niet gecastreerde varkens voor de varkenshouder extra uitdagingen met zich mee. Jonge mannelijke varkens hebben, net als pubers,  last van hun hormonen en gedragen zich onrustiger. Ze zijn ook gevoeliger voor veranderingen en onverwachte situaties. Daar moet je als varkenshouder mee leren omgaan. In de praktijk heb ik gezien dat de meeste varkenshouders dat goed kunnen.

De grote stappen die in de afgelopen vijf jaren op het gebied van castreren zijn gezet, bevestigen weer eens dat de Nederlandse varkenshouderij vooruit wil. Innovatie zit de sector in de genen. Het castreren van varkens stak aan het begin van deze eeuw de kop weer op. Dit keer bleef het onderwerp op de agenda. Om over niet al te lange tijd voorgoed te verdwijnen.