Consument is de gouden standaard

food-h-c-313-370-1In 2010 ondertekenden vertegenwoordigers van de Europese boeren, de vleesindustrie, wetenschappers, dierenartsen en NGO’s de Declaratie van Brussel. De aanleiding is de toenemende aandacht voor dierenwelzijn en de wens van de varkenssector en de vleesindustrie om maatschappelijk verantwoord en duurzaam te produceren. De ondertekenaars spraken de ambitie uit om vanaf 1 januari 2018 in de Europese Unie te stoppen met het castreren van varkens. Ze concludeerden dat Europese wetgeving op dit terrein niet nodig is, maar dat de Declaratie een uitnodiging is aan de Europese varkensvleessector om vrijwillig te stoppen met het castreren. De partijen waren het er over eens dat een Europese benadering via de markt nodig is om kosten eerlijk te delen en om er voor te zorgen dat internationale marktpartijen vlees van beren (niet gecastreerde varkens) gaan accepteren. De Europese Commissie ondersteunt het werk dat nodig is om de doelen te bereiken.

Andrea Gavinelli, is verantwoordelijk voor dierenwelzijn, gezondheid en consument bij het Directoraat Generaal van de Europese Commissie (DG Sanco).  Gavinelli is nauw betrokken bij meerdere Europese onderzoeksprojecten die tot doel hebben alle aspecten van het ontstaan en voorkomen van berengeur en de marktacceptatie in kaart te brengen. Voorbeelden zijn onderzoek naar de chemische componenten die berengeur veroorzaken en onderzoek in de fokkerij om via genetische selectie de kans op berengeur te verminderen. Een groot onderzoek wordt uitgevoerd op de boerderij waar de invloed van diervoeder en het management op de bedrijven in relatie tot het ontstaan van berengeur in kaart worden gebracht. Ook worden economische analyses uitgevoerd om de kosten en baten van het stoppen met castreren in kaart te brengen. Tenslotte wordt in de Europese Unie en derde landen onderzocht of en in hoeverre consumenten vlees van beren accepteren.

Economische voordelen

Uit een van de onderzoeken is gebleken dat het stoppen met castreren voordelen oplevert voor de varkenshouder. Varkenshouders hoeven de dieronvriendelijke, arbeidsintensieve en vervelende castraties niet meer uit te voeren. Maar belangrijker is dat het de varkenshouder meer geld per varken oplevert. Dit economische voordeel ontstaat door een betere voederbenutting van de beren, een toename in de dagelijkse groei en een hoger vleespercentage.
Anderzijds vraagt het houden van beren van de varkenshouder aanpassingen op zijn bedrijf omdat beren ander gedrag vertonen. Uit onderzoek is gebleken dat er tussen varkensbedrijven die beren mesten grote verschillen bestaan. Deze verschillen en de risico- en succesfactoren zijn nader onderzocht. De resultaten worden de komende tijd in kaart gebracht en naar verwachting na de zomer van 2013 bekend gemaakt.

Uitdaging

De grootste uitdaging bij vlees van beren is de kwaliteitsbeleving door de consument. Bij het verhitten van het vlees en het smelten van het vet kan berengeur vrijkomen. Hoewel uit onderzoek blijkt dat consumenten de kwaliteit van vlees meer beoordelen op smaak dan op geur, is iedereen het er over eens dat moet worden voorkomen dat vlees met berengeur de consument bereikt. De oplossing is een goede, betrouwbare detectiemethode die het mogelijk maakt vlees met berengeur op te sporen en te kanaliseren. Dit vlees is uitstekend geschikt voor het produceren van vleesproducten die niet worden verhit, omdat berengeur dan niet ontstaat. Op deze manier bereikt alleen vlees zonder berengeur de consument. Inmiddels is deze detectiemethode ontwikkeld en is in de praktijk bewezen dat deze betrouwbaar is.

Licence to produce

In heel Europa wordt de vleesindustrie inmiddels aangesproken door maatschappelijke organisaties die wijzen op de noodzaak van verantwoorde, duurzame en diervriendelijke productiemethodes. In het Verenigd Koninkrijk en in Nederland wordt vlees van beren verkocht. Op Europees niveau zijn afnemers nog kritisch omdat kennis en ervaring met berenvlees soms ontbreekt. De handel wil, begrijpelijk, geen risico lopen. Een goede kwaliteitscontrole is de oplossing en inmiddels beschikbaar.

Uit Europees onderzoek is bekend dat vrijwel alle betrokkenen het er over eens zijn dat stoppen met castreren een onomkeerbaar proces is. Het is het antwoord op een sterke consumentenwens en noodzakelijk om in de toekomst een maatschappelijke vergunning te houden om te blijven produceren.